Kolonialisme en Zwarte Piet als vanzelfsprekendheid

Onlangs werd ik aangenaam verrast door een email van lezeres Jasmien die zich verdiept heeft in mijn website. Ik ben positief verrast dat er iemand is die niet alleen de moeite neemt mijn website te doorgronden maar er ook wat van vindt en mij dat wil laten weten. Jasmien schrijft: Beste Maarten, je website gaat onder meer over het land ‘Rhodesië’ wat eigenlijk toch Zimbabwe genoemd moet worden. Wat mij opvalt is dat je er over schrijft alsof het een super fijn en bijna sprookjesachtig land was terwijl het eigenlijk een heel racistische staat was. Waarom doe je dat?! Groetjes, Jasmien.

Impressie van Rhodesië door Joan Evans
Impressie van Rhodesië door Joan Evans

Op zo een bericht kan ik alleen maar het volgende antwoorden. Beste Jasmien, bedankt voor jouw reactie op mijn website. Je hebt helemaal gelijk. Op mijn website schrijf ik onder meer over mijn ervaringen en de ervaringen die ik van mijn ouders heb meegekregen en die de Britse kolonie Rhodesië betreffen. Inderdaad, het was zeker weten een racistische maatschappij ( zoals alle koloniale samenlevingen het in meer of mindere mate waren) en ja wij (mijn ouders vooral, ik was slechts vier toen we daar vertrokken) ervoeren deze staat als een bovenal mooi land en vooral mijn moeder vond het er heel aangenaam wonen (mijn vader pertinent niet, maar dat lag zeker niet aan het racisme) – hoe gek dat ook in moderne oren mag klinken. Waarom ik dat doe (positief schrijven over een racistische staat)? Omdat ik eerlijk en open mijn (overerfde) gevoelens en de bijbehorende historische feiten aan het digitale wil toevertrouwen. Daar staat tegenover dat ook ik het racisme verwerpelijk vind. En laat ik vooropstellen dat ik op mijn website als 21e-eeuwer uiteraard geen pleidooi houd voor de terugkeer naar het koloniale tijdperk. Dat zou net zo dwaas zijn als het terugverlangen in de negentiende eeuw naar het Ancien Régime en de pruikentijd.  Voorbij, voorbij, zo het zij.

Je moet daarnaast weten dat wij in onze familie er niet goed in zijn om ‘met de wolven in het bos mee te huilen’. Met behulp van onze onafhankelijke geest willen wij authentiek handelen  en onze opvattingen niet ondergeschikt maken aan de waan van de dag of opgaan in de ‘mainstream’ gedachtevorming. Ik weet dat de keerzijde hiervan kan zijn dat je een zekere eigengereidheid uitstraalt en verwijdering tot de rest veroorzaakt. Bijvoorbeeld omdat ik niet verval in de obligate voorbehouden en disclaimers (zoals ‘ik veroordeel het racisme ten voeten uit maar ik wil toch nog even aangeven dat…’), een typerend gedrag dat vaak wordt vertoond als het om precaire onderwerpen gaat. Dat mensen hierover verbaasd zijn of zelfs geïrriteerd stoort mij niet. Het is hun goed recht. Maar het kan niet zo zijn dat de racistische werkelijkheid van vroeger (die overigens in de meeste van mijn verhalen over Rhodesië slechts op de achtergrond doorschemert of een ondergeschikte bijrol speelt) alleen mag worden weergegeven met inzet van disclaimers, diverse prejoratieven (woorden met een negatieve lading) en met toepassing van een oorverdovende morele afkeuring. Ik zou mij hierbij zeer ongemakkelijk voelen omdat het betekent dat je slechts met schroom en moeite je verhaal mag vertellen, een verhaal waarin domweg historische feiten worden weergegeven.

Men mag het dus van harte oneens met mij zijn en ik zal genieten van elke inhoudelijke discussie die door zoiets hopelijk wordt opgeroepen, vooral  omdat ik daarbij nieuwe kennis en inzichten opdoe. Dat is toch waar het leven om draait – van elkaar leren. En dat is wat ik met mijn website probeer uit te dragen – laten we van elkaar leren.  Bedankt voor je reactie, Jasmien en hopelijk blijf je ook in de toekomst geïnteresseerd in mijn website.

schilderij 3 2961
Schilderij over het koloniale tijdperk met als thema “de naderende opstand”, in het midden staan mijn grootouders (van vaders kant), kunstenares Maaike Kramer (afmetingen: 1.80 m x 1.40 m)

Maar dan nog dit, het zou niet terecht zijn om met het voorgaande Jasmiens vraag af te doen. Ik ben daarom op zoek gegaan naar de vermoedelijke achtergrond van Jasmiens vraag en ik meen hierop het antwoord te hebben gevonden, namelijk: hoe kun je gelukkig zijn terwijl  om je heen het overgrote deel van de mensen onderdrukt wordt. Het is bijna een filosofisch dilemma omdat een aantal existentiële vragen hierbij opborrelen. Vragen zoals: is een onderdrukt persoon per definitie ongelukkig en wat als de onderdrukten niet beseffen dat ze onderdrukt worden?  Hoe interessant ook, ik ga hier zeker niet proberen dit vraagstuk op filosofische wijze op te pakken (en wellicht is het allang door een ander opgepakt). Ik blijf dan toch liever aan de oppervlakte opereren.

En ik ga hier ook niet te werk als een jurist – want dan zou je ermee beginnen om een definitie op te stellen voor het woord ‘onderdrukking of het onderdrukt zijn‘ of je begint zelfs verschillende vormen van ‘onderdrukking’ te determineren en te vergelijken (bijvoorbeeld de onderdrukking van een gekoloniseerd volk ten opzichte van de onderdrukking van Chinezen door hun eigen dictatoriale regering).  Dat dus niet. De vraag die hierdoor overblijft is dan ook: hoe kun je gelukkig zijn terwijl de mensen om je heen onderdrukt worden (en jij kennelijk niet). Het is een interessante vraag en voor mij niet uit de losse pols te beantwoorden. Wat ik wel weet is dat de verontwaardiging hierover tijd- en plaatsgebonden is. Tot zeker diep in de jaren vijftig vonden de meeste Nederlanders het kolonialisme volkomen acceptabel. En zo zullen er over een eeuw mensen zijn die ons onbegrijpelijk vinden (en ons verafschuwen) omdat wij nu genieten van onze Westerse enclave terwijl in grote delen van de wereld miljoenen mensen in armoede en misère leefden. Ik geef hierboven een paar aanzetjes tot nadenken en wellicht groeit er ooit een echte filosofische theorie uit – dankzij Jasmiens vruchtbare vraag.

20131026092226_00001
Zwarte Piet (en Sinterklaas) bezocht(en) in de jaren zestig zelfs de kolonialen in Afrika (eindelijk krijgt Maarten zijn pakje)
Koloniale esthetiek
De gouverneur-generaal van Brits Indië
st-4-zwarte-piet
It is a lost case….

En tenslotte nog dit. In de titel van dit bericht wordt Zwarte Piet genoemd. Dat heb ik gedaan omdat ik parallellen zie tussen hoe menig Nederlander met grote felheid reageert op de aantijging dat Zwarte Piet een racistisch fenomeen/stereotype zou zijn en hoe mijn ouders reageerden op aantijgingen dat kolonialen racisten waren (en daarmee ook zij).  Over dat laatste zijn bij ons thuis de diverse discussies gevoerd, verhitte discussies, venijnige discussies, verwoede discussies en wanhopige discussies. Ja, ze vonden “dat Afrikanen niet in staat zijn om een eigen staat te besturen” (en daarom bevoogd moesten worden) en “nee, het was niet racistisch om dat te vinden”. Ik ging daar tegen in, maar zonder enig effect. Ook al bestaat er een grondig verschil tussen de beide thema’s (kolonialisme en Zwarte Piet), is de vanzelfsprekendheid van het eigen gelijk bij beide discussies een opvallende overeenkomst. En in beide gevallen bevond/bevindt de moderne moraal/ethiek zich op ramkoers met het historische verschijnsel.

En nog een parallel met de Zwarte Piet discussie. Men was/is zich oprecht van geen kwaad bewust. Verontwaardigd werd/wordt de aantijging een racist te zijn van de hand gewezen.  Het kolonialisme ging ten onder. En inmiddels lijkt het erop dat Zwarte Piet hetzelfde lot te wachten staat. Het is de transformatie van heel normaal naar abnormaal. Van vanzelfsprekend naar verwerpelijk. Wat blijft is de nostalgie van de mooie plaatjes. Het kolonialisme als ook Zwarte Piet leverden die op. Wie wil kan er in het geval van Zwarte Piet nog even van genieten voor zolang het duurt, want om ons heen is de ethiek hard bezig het definitief te winnen van de esthetiek. Voorbij, voorbij zo het zij oftewel het werd, het was, het is gedaan… (vrij naar Vasalis)