“Bang” in de ban

9 Januari 2015. Het gebruik van het woordje “bang” neemt epidemische vormen aan. Je kunt geen televisiezender of nieuwsrubriek  bekijken of het betreffende woord vliegt je om de oren/ogen. Als je het moet geloven dan zijn we inmiddels collectief bang voor van alles en nog wat. En in deze dagen zijn we blijkbaar vooral bang voor de jihadisten, voor terreur, we zijn bang vanwege de aantasting van de vrijheid van meningsuiting, ja zelfs de democratie en vooral zijn we bang dat ons comfortabele, risicomijdende leven een hele andere wending gaat nemen.

Toen ik klein was en opgroeide was het woord “bang” bij ons thuis in de ban gedaan. En niet alleen dat woord. Mijn vader vond – zoals zoveel vaders van conservatieve snit in de jaren zeventig – dat een jongen de woorden bang, lief, zielig en leuk niet hoorde te gebruiken. Je was hooguit bezorgd, je vond iemand aardig, of je meende dat iemand er beroerd aan toe was en iets was zeker niet leuk maar wel interessant. Omwille van de huisvrede heb ik me destijds geschikt naar vaders wil, maar diep van binnen vond ik het best belachelijk dat het verboden was om bepaalde woorden te gebruiken.

Dat de meer links aangehauchte mensen het juist wel goed vonden om het woord “bang” te gebruiken en het vooral graag hoorden uit de mond van vertegenwoordigers van zogeheten rechtse bolwerken (zoals soldaten), maakte dat mijn vader nog meer overtuigd was van zijn gelijk. Ik hoor het een journalist in een nieuwsuitzending nog vragen aan een in Libanon gestationeerde soldaat: “Ben je bang?” De wenkbrauwen van mijn vader schoten zowat tegen zijn haargrens aan. Dat “links” het woord “bang” graag gebruikte was niet zomaar. Het was een strijd tegen de in hun ogen oubollige stoerdoenerij en de vermaledijde cultuur van moed en eer die zoveel oorlogsleed had veroorzaakt. De krijgshaftigheid hoorde pertinent bij een rechts tijdperk en leidde alleen maar tot veroveringszucht en dat paste niet bij de idealen van de nieuwe tijd. Achteraf gezien was die opvatting toentertijd ook wel zo makkelijk om toe te passen, in Europa kenden we geen vijanden meer. De Koude Oorlog was in feite omgezet in een abstracte vrede en we koesterden onze vrijheid onder de ruimhartige en onvoorwaardelijke nucleaire paraplu van de Amerikanen.

En nu, terwijl we worden geconfronteerd met een niets ontziende terreur, worden we doodgegooid met het woord “bang”. Het is bang voor en bang tegen, bang dit, bang dat en bang zus. Ik moet daarom in deze tijd terugdenken aan mijn vader die zo mordicus tegen het woord “bang” was. Hij mag in zijn tijd een oubollige opvatting hebben verkondigd, maar ik denk dat we in deze tijd wat terughoudender mogen zijn met het gebruik van het woord “bang”. In het aangezicht van de terreur die door Europa en de wereld trekt, is het bijzonder slap om voortdurend te roepen dat we “bang” zouden zijn. En erger nog het versterkt alleen maar de terreur. De psyche van een terrorist zit zo in elkaar dat hij ervan geniet om te intimideren. Hij ziet graag de angst in de ogen van zijn (potentiële) slachtoffers. Laten we daarom – al is het maar tijdelijk – “bang” in de ban doen en hooguit zeggen dat we bezorgd zijn. Dat komt tenminste een stuk weerbaarder en vooral kalm over. Precies hetgeen de terrorist niet wil.