Wat de toekomst brengt voor websites

11 april 2015. Grof gezegd zullen er in de toekomst twee soorten mensen zijn, (1) the cool & the kick travellers, degenen die voortdurend streven naar het nieuwste, het opwindende, het fascinerende en soms zelfs het bloedstollende en (2) de escapisten, die the cool & the kick juist willen ontwijken of in ieder geval willen wegdromen bij verhalen (al dan niet waar gebeurd) – bijvoorbeeld door zich onder te dompelen in hoe het vroeger was.

Beide groepen worden nu al op hun wenken bediend via het internet. Hun ziel en zaligheid kunnen ze kwijt bij duizenden websites, YouTube, chat-community’s enz. enz. Al deze meer kleinschalige (gefragmenteerde) informatiebronnen bevinden zich volop in de groeispurt, de fase van volwassenheid is nog lang niet bereikt. Het is afhankelijk van het toeval (via de zoekmachine) en de gewoonte (via je favorieten keer je telkens terug bij dezelfde informatiebronnen), als het er om gaat bij welke informatie je op internet terecht komt. Het aantal YouTube filmpjes en websites, zoals die van mij, groeit explosief en met de verdere fragmentatie van geboden informatie neemt voor informatie-aanbieders de kans af om het gewenste publiek te bereiken. De ingezette marketingtools en –technieken verliezen hun uitwerking. Het is als sterren tellen in een razendsnel uitdijend universum. Het toeval dan wel het beleid van de zoekmachine bepalen tegenwoordig meer dan ooit of een ‘informatie-verspreider’ de informatieconsument bereikt.

Het kan daarom niet anders, dan dat er een grote samenklontering – veel meer dan nu al gebeurt – van gelijksoortige informatiebronnen ophanden is. Ik heb het dan niet over het klinische en verticale samengaan, zoals bij een startpagina. Ik heb het over de horizontale samenwerking, waarbij de diverse bronnen overgaan tot een onderlinge afstemming. Daarbij zullen websites, YouTube films en al die andere informatiebronnen die een gemeenschappelijke noemer hebben, als het ware in een gemeenschappelijke ‘werkplaats’ terecht komen en in het uiterste geval zelfs in elkaar op gaan. Dit om een groter bereik te verkrijgen. Hierbij zal ernaar gestreefd worden dat de samengebundelde kennis en informatie volledig is, een hoge kwaliteit vertegenwoordigt en op een aantrekkelijke manier wordt aangeboden. Menigeen zal nu denken dat dit al gebeurt via internetaanbieders zoals Google en Wikipedia. Maar het aanbod van Google raakt steeds meer gefragmenteerd en Wikipedia is beperkt tot één artikel voor één onderwerp. Van daaruit wordt weer verwezen naar andere links maar ook dat is beperkt in aantal en niet zelden gekoppeld aan een uitgedoofde link.

Is de samenklontering eenmaal goed op gang gekomen, zal de dynamiek losbarsten. Als eerste zijn de non-commerciële informatiebronnen aan de beurt omdat die veel minder te vrezen hebben van het samengaan met gelijksoortige informatiebronnen. Als dan blijkt wat de dynamiek en het succes is van de samenwerking, kan het niet anders dan dat ook de concurrerende informatiebronnen elkaar opzoeken – al is het maar tot een bepaald niveau. De verdere ontwikkelingen zijn niet moeilijk voor te stellen. Zo zullen websites worden overgenomen, er zal een vertaalgolf op gang komen waarbij alle bronnen zoveel mogelijk in het Engels worden omgezet (naast de oorsprongstaal), er zullen informatiebronnen zijn die zich in delen opsplitsen en daarna gedeeltelijk op andere manier in elkaar opgaan. Websites die tot dan toe alleen maar artikelen om te lezen aanboden zullen aangevuld worden met (maatwerk)films en gesproken (YouTube) fragmenten, kunstenaars zullen op de inhoud afgestemde kunstwerken onder de aandacht brengen. Er zullen aanbieders op af komen die maatwerk filmfragmenten en bijpassende gefilmde sketches aanbieden (bijvoorbeeld voor historische gebeurtenissen). Dit wordt allemaal betaalbaar dank zij de reclame-inkomsten die door de samenklontering alleen maar qua hoeveelheid en waarde zullen toenemen. Aanbieders van reclame zullen ervan smullen dat zij op die manier zeer specialistische community’s kunnen bereiken.

Het klinkt als een enthousiast verhaal maar er zullen ook de nodige sceptici zijn die dit heel anders zien. Daarom een voorbeeld. Neem de website www.groenegraf.nl. Dit is een bekroonde website over de historie van Baarn en omstreken. Een juweeltje van een regionale website, met een uitgebreide en vaste groep bezoekers. Je zou daarmee kunnen zeggen ze hebben alles bereikt. En je ziet op het eerste gezicht geen gemeenschappelijke noemer waaronder het samengegaan met andere websites zinvol zou zijn. En toch is die er. De gemeenschappelijke noemer is ‘regionale websites’ of  ‘oral history‘ en ‘websites op wijkniveau’ enz. enz. Door de samenwerking op te zoeken kan in de toekomst een website als het groenegraf ook die groep geïnteresseerden aanboren die vanuit een andere – minder specifieke –  invalshoek op zoek zijn naar informatie. Op dit moment is het voor die groep een heel gepuzzel in de gefragmenteerde wereld van Google en dergelijke.

Het is nog toekomstmuziek maar het is ook al volop aan de gang – as we speak, as we read. Tegen mensen met een informatieve website zeg ik dan ook – hou je ogen en oren wijd open.