Opgedreven door een zwerver

Maart 2015. ’s Ochtends vroeg ben ik op weg naar de tram. Omstuwd door een school forenzen beweeg ik mij in de richting van de tramhalte. Op het digitale bord met vertrektijden verspringt de tijdsaanduiding van 2 naar 1 minuut. We zijn vlakbij, maar een eerste forens begint al sneller te lopen. Een tweede zet het hem op een lopen. Een derde gaat over op een stevige draf en een vierde probeert ons voorbij te rennen. Hun hakken klateren aritmisch tegen het asfalt.

Vanuit mijn ooghoeken zie ik het stuurse en door de drank geruïneerde gezicht van een zwerver. Ik raad maar dat hij zo-even door de daklozenopvang de straat op is gestuurd, ondanks zijn ochtendhumeur. Daarnet slofte hij lusteloos voort maar nu schrikt hij zichtbaar van de opeens voorbij ijlende forenzenmenigte. Terwijl hij door sjokt en alweer voor zich uit kijkt, barst hij uit in een spontaan gescheld: ‘Stomme hondenkoppen met jullie smerige vette konten!’ Dit was nog maar het begin. Hij gaat nog even door met zijn verwensingen en ze scoren effect. De gehaaste forenzengroep verhoogt zijn tempo en neemt zo de gedaante aan van een kudde, opgedreven door die ene dakloze. Ik begin vanzelf te lachen en sla dit beeld op in mijn geheugen. Zonder het te beseffen heeft de zwerver een anekdote gecreëerd waarmee ik die dag een paar toehoorders aan het lachen breng. Ik zag zelfs dat hun glimlach bleef hangen terwijl ze alweer met andere dingen bezig waren. De humor ligt op straat.