De imperiale speech

27 april 2016. Zoals zoveel partijen blijft ook GroenLinks steken in de abstractie en de politiek van de grote lijnen. Zelfs de gepassioneerde toespraak van de frisse GroenLinkse leider Jesse Klaver verandert die indruk niet. En ondertussen lijkt de kiezer juist behoefte te hebben aan concreetheid. Hierbij een paar voorbeelden van de abstractie en grote lijnen die GroenLinks bezigt (niet uit de speech van Klaver maar te vinden op de website van GroenLinks): ‘Steeds meer mensen wekken zelf hun energie op. GroenLinks ondersteunt deze initiatieven en wil dat de overheid duurzame energie de ruimte geeft…’ en ‘Niet minder vluchtelingen in Europa is de belangrijkste opgave, maar goede opvang organiseren voor mensen voor de mensen die vluchten voor oorlog en geweld…’ Het ‘wat’ wordt benoemd maar niet het ‘hoe’. Ik mis de concrete invulling van deze – al dan niet – mooie vergezichten.

Er had ook gezegd kunnen worden: ‘Iedere nieuwe tweede auto die door een Nederlands huishouden vanaf 2020 wordt aanschaft, moet een elektrische auto zijn…’ of ‘Ik wil dat elke gemeente beleid invoert om de “verhekking” en “vertegeling” van Nederland terug te draaien (verhekking is enorme stukken land afsluiten met hekken, zoals langs spoorlijnen en snelwegen en vertegeling is het dicht tegelen van tuinen)’ of ‘Ik wil de overdaad aan (snel)wegen in ons land aan het oog onttrekken door telkens een deel te overkappen en op die overkappingen de natuur zijn gang laten gaan. Zo verandert Nederland van een asfaltwoestijn in een groen, glooiend landschap…’ Zoiets dus ;).

In ieder geval was de speech van Klaver gepassioneerd. En dat is op zich al een bijzonderheid in Nederland. Daarvoor alle lof. Graag meer daarvan (zie hier de link naar de speech: https://groenlinks.nl/nieuws/congres-april-2016-de-aftermovie). Teveel politieke speeches zijn technocratisch van aard, waardoor bij veel kiezers de afkeer van de politiek, het pessimisme en de apathie alleen maar toeneemt. En gepassioneerd spreken is nog maar een eerste stap,  om dit tij te keren. Concreet, scherp en inspirerend zijn – deze toevoegingen zetten een modale toespraak om in een droomspeech (die ik voor mijn gemak omdoop tot ‘imperiale speech’). De politicus die deze vier elementen (passie, concreetheid, scherpte en inspiratie) in zijn speech verwerkt, kust als het ware – met zijn imperiale speech – het ingedutte kiezerspotentieel wakker.

Ik ken in Europa geen enkele politicus die in staat is om een imperiale speech te houden. In Amerika is Obama degene die het wel kan. Onlangs nog, in Londen en Hannover, liet hij zich uit over de EU (in woord en geschrift) en in die uitingen zaten de vier benodigde ingrediënten. Het waren lofliederen op de EU en de boodschap was: Europeaan (Engelsman), wees trots op wat je gepresteerd hebt. Zie hieronder een paar flarden:

Perhaps you need an outsider, somebody who is not European, to remind you of the magnitude of what you have achieved. The progress that I described was made possible in large measure by ideals that originated on this continent in a great Enlightenment and the founding of new republics.

…en…

As citizens of the United Kingdom take stock of their relationship with the EU, you should be proud that the EU has helped spread British values and practices – democracy, the rule of law, open markets – across the continent and to its periphery. The European Union doesn’t moderate British influence – it magnifies it. A strong Europe is not a threat to Britain’s global leadership; it enhances Britain’s global leadership.

Obama doet het gewoon, maar de huidige generatie Europese politici kan dit (nog) niet. Zodra het gaat om het aanwakkeren van trots en geestdrift blokkeert het bij onze politici. Vijfenveertig jaar sociaal democratische invloed heeft het aanwakkeren van trots en het houden van imperiale speeches de das omgedaan. Het is een taboe geworden en de kunst is verleerd. De imperiale speech werd lange tijd in Europa gezien als de wegbereider van het fascisme en doet vooral aan Hitler denken (iemand die bij uitstek het imperiale speechen beheerste). We hebben daarom in Europa de imperiale toon ingeruild voor de technocratische toon – van het ene uiterste naar het andere. Churchill was de laatste naoorlogse Europeaan die nog de imperiale speech bezigde. Geen wonder, hij was immers een product van het Britse imperialisme toen het imperiale speechen bij het dagelijks leven hoorde. Door de speeches van Obama durft men weer de imperiale speech als optie te zien. En Intussen holt de sociaaldemocratische invloed achteruit. Dus wie weet, is de imperiale toon net datgene waar de Europeanen behoefte aan hebben. Het zal mij daarom niet verbazen als er binnenkort een politiek leider opstaat die de imperiale toon volop gaat inzetten. En dan maar afwachten of het een linkse of rechtse politicus is…