Antwoord op Obama’s standje

26 februari 2015. President Obama liet onlangs van zich horen en maande Europa tot meer inzet om moslims te integreren. Letterlijk zei hij tijdens een gezamenlijke persconferentie met de Britse premier David Cameron ‘Our [van de Amerikanen] biggest advantage, […] is that our Muslim populations – they feel themselves to be Americans.’ http://www.ynetnews.com/articles/0,7340,L-4615888,00.html

Cameron leek te reageren zoals het een flegmatieke Brit betaamt – namelijk niet. Hij voelde zich waarschijnlijk niet aangesproken, wellicht omdat hij vindt dat Britse moslims veel beter geïntegreerd zijn dan die van continentaal Europa. Hierover kun je twisten, maar feit is wel dat het moslims in het VK beter lijkt te lukken om door te dringen tot de bovenste regionen van de maatschappij dan hier. Het is echter te simpel om de successen van de Amerikaanse en Britse integratie van moslims zomaar te vergelijken met de klaarblijkelijk moeizamere integratie op het Europese vaste land. Je kunt een uitgebreid betoog houden over de verschillen qua integratie tussen de VS en Europa maar daarover wordt al genoeg gedebatteerd. In dit kader vond ik in ieder geval de opmerking van Ahmed Aboutaleb een rake: de VS heeft al tweehonderd jaar ervaring met integratie terwijl wij het hier nog maar veertig jaar beoefenen.

Wie meent dat het met de integratie van moslims niet goed (genoeg?) gaat, moet eerst maar eens aangeven wat hij/zij verstaat onder integratie. Daarover alleen al kun je boeken vol schrijven. Kort door de bocht zou het ‘aanpassing aan de bestaande maatschappij dan wel de dominante cultuur’ kunnen zijn. Overigens is het nogal wat om te stellen dat ‘de moslimbevolking’ van Europa en daarmee Nederland onvoldoende geïntegreerd is. In Nederland hebben we het over een groep van één miljoen mensen die gewoonweg niet als één geheel te behandelen is. De verschillen qua aard en qua al dan niet probleemloos in de maatschappij meedraaien zijn groot. Is het niet aanmatigend om zich af te vragen of een vierde generatie (Nederlandse) moslims voldoende geïntegreerd is? Bedoelen we dan niet iets anders, is het niet meer een kwestie van al dan niet voldoende geëmancipeerd te zijn om succesvol te kunnen meedraaien in de Nederlandse maatschappij? Dat gezegd hebbende, is het desondanks duidelijk dat er problemen zijn. Afgezien van de vele moslims die het wel lukt om aansluiting te vinden is er een te grote groep moslims die het niet goed lukt om mee te komen. En dat mag niet verwonderen. De moslim die achterblijft moet namelijk een strijd op meerdere fronten leveren. Schematisch weergegeven gaat het om het volgende:

(1) Ontwikkelingsachterstand: Als moslims uit gezinnen komen waar het opleidingsniveau laag is en de Nederlandse taal niet goed wordt beheerst sta je vanzelf één nul achter ten opzichte van de meeste ‘autochtone’ Nederlanders. Begin je met een dergelijke achterstand is het moeilijk om die in te halen. De Nederlandse overheid onderkent dit en werkt hard aan een oplossing door kinderen op steeds jongere leeftijd het onderwijs in te loodsen.

(2) Verstarde arbeidsmarkt: Vooral in de VS wordt erop gehamerd dat een baan de beste manier is om immigranten (of minderheden) te laten aansluiten bij de maatschappij. Daarvoor is het nodig om zonder al te veel moeite een baan te vinden. En dat is nu juist iets wat niet zomaar voor de hand ligt in Europa. In tegenstelling tot de VS en het VK bestaat er in Europa een veel strakker gereglementeerde arbeidsmarkt. Met name de ontslagbescherming van werknemers veroorzaakt een onbedoelde inflexibiliteit. Werkgevers zijn veel minder bereid om mensen aan te nemen als ze weten dat ze er slechts met grote moeite vanaf komen. Deze terughoudendheid geldt des te meer bij werkzoekenden waartegen menig werkgever vooroordelen koestert. Zij hebben het dubbel zo moeilijk om een baan te vinden. De hogere jeugdwerkloosheid onder moslims is hier ongetwijfeld (mede) een gevolg van. Door de ontslagbescherming zal een werkgever niet snel een ‘gok wagen’ en aarzelen om over zijn vooroordeel heen te stappen. Hierdoor wordt een moslimjongere de kans ontnomen om zich ondanks de ongelijke kansen te bewijzen. De vakbonden zijn tegen een hervorming van de ontslagbescherming, vooral vanwege de belangen van hun leden met een vaste baan. Wellicht is het een optie om een versoepelde ontslagbescherming alleen bij nieuwe banen te hanteren (als pijnloze uitfasering van het bestaande systeem).

(3) Traditionalisme versus de moderne maatschappij: moslims die minder goed aansluiting vinden komen eerder uit een traditionalistische omgeving dan uit de meer liberale kringen. Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs een belemmering te zijn om aan te sluiten bij de maatschappij. De meer orthodoxe joden en christenen hebben doorgaans ook betaalde banen en hebben bewezen dat zij maatschappelijke posities kunnen bekleden. Zij wijzen veel aspecten van de moderne maatschappij af maar keren desondanks de maatschappij niet de rug toe. Daar waar het nodig of onvermijdelijk is, doen ze mee. Met aanslagen en de wreedheden van IS op de achtergrond worden traditionalistische moslims te makkelijk over één kam geschoren met jihadisten, hetgeen contraproductief is omdat juist hierdoor deze groep in de richting van het jihadisme kan worden gedreven.

Daar waar zich (desondanks) excessen voordoen komt de overheid er niet omheen om zonder mitsen en maren duidelijk te maken dat de Nederlandse wetten moeten worden nageleefd terwijl aan de andere kant diezelfde overheid ruimte moet bieden om vast te houden aan tradities en opvattingen – ook al vindt een meerderheid van de Nederlanders deze gewoontes zonderling. Ook traditionalistische moslims hebben het recht zich in Nederland thuis te voelen. Een sterke democratie is in staat om opvattingen te tolereren die antidemocratisch en antiwesters zijn zolang deze meningen de openbare orde en veiligheid niet bedreigen. Hetzelfde hebben we in het verleden van de in Nederland levende communisten getolereerd (in 1946 maakten deze zo’n tien procent van de bevolking uit). Juist omdat de verhoudingen momenteel gespannen zijn, zal dit een delicaat proces worden dat fingerspitzengefühl van onze bestuurders vereist, waarbij duidelijkheid geven en consequent optreden gepaard gaan met ruimte scheppen om het eigen leven zo in te richten zodat men zich er comfortabel bij voelt.

(4) Opboksen tegen een dominante cultuur: In de VS valt nauwelijks meer te spreken van een dominante cultuur. Het is een land dat vorm is gegeven door de instroom van diverse immigratiegolven. In Nederland daarentegen, stuiten immigranten op een dominante cultuur, het overblijfsel van een ooit homogene samenleving, die sinds de jaren zestig, met horten en stoten bezig is te wennen aan de ‘nieuwe’ minderheden in haar midden. Deze dominante cultuur kampt daarnaast met een bepaalde mate van schizofrenie en een identiteitscrisis. Enerzijds is het land erg tevreden met zichzelf vanwege de prestaties die het aan de dag legt, in de trant van: Nederland als zevende op de wereldranglijst als het gaat om het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking, Nederland als gidsland en Nederland als – god schiep de wereld maar de Nederlanders schiepen Nederland.

Anderzijds ligt het dichtbevolkte land met zichzelf overhoop – de economie stagneert al jaren, een deel van de bevolking koestert wrok tegen de al dan niet vermeende overheersing door de EU, in de politiek vindt een woekerend proces van versplintering en polarisatie plaats en – niet onbelangrijk in de ogen van moslims – het koloniale verleden wordt hardnekkig genegeerd terwijl bepaalde minderheden hierover juist een discussie willen voeren (wat overigens niet hoeft te betekenen dat we zomaar meegaan in het veroordelen ervan).

Al dit maakt dat Nederland en diverse andere West-Europese landen (die zich in een vergelijkbare situatie bevinden) qua integratie zo heel anders presteren dan de VS. Immigranten die in de VS aankomen zien een land waar de mensen overduidelijk ‘proud to be an American’ uitstralen. De Amerikanen blaken van zelfvertrouwen , ze hebben er zin in om er wat van te maken. En hier? Gechargeerd gesteld, welke immigrant wil nou integreren in een maatschappij die niet weet wat zij wil en waar een negatieve grondhouding hoogtij lijkt te vieren? Ze zien een Europa dat geen illusies of idealen meer lijkt te kennen. Van de uitspraak ‘proud to be an European’ staan we nog ver af. Integratie moet van twee kanten komen. We verwachten enerzijds inzet van de immigrant (en zijn nakomelingen) maar tegelijkertijd moeten wij ook beseffen dat integratie alleen maar kan slagen als wij de immigrant een aanbod doen dat hij niet kan/wil weigeren, te weten het deelgenootschap van een zelfbewuste, energieke en idealistische maatschappij die open staat voor invloeden van buitenaf, zonder zichzelf te verloochenen.

Europa heeft vergeleken met de VS nog een weg te gaan. Maar zoals uit het hiervoor staande betoog mag blijken, is de situatie zeker niet hopeloos. En dat is ook te danken aan de vele moslims die allang een goede aansluiting hebben gevonden aan de Nederlandse maatschappij, in weerwil van de dominante cultuur. Tenslotte als uitsmijter: een recente en interessante uitzending die met dit onderwerp te maken heeft: een gesprek met burgemeester Aboutaleb bij DWDD, van 20 febrauri 2015, http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/334808

NB deze blog is op persoonlijke titel geschreven